simonsships


Staand want

Het staand want is dat deel van de tuigage dat de rondhouten van een schip vastzet. Een mast ondervindt twee krachten: een kracht in de lengterichting van het schip ten gevolge van achter in de zeilen waaiende wind en het stampen op de golven en een zijdelingse kracht (dwars op het schip) door de zij-wind en het slingeren van het schip. Om de kracht in de lengterichting op te vangen wordt de mast (of mastdeel) ondersteunt vanuit drie punten. Eén kabel loopt vanaf de top van de mast naar voren en is vastgezet hetzij op het dek, aan de boegspriet of een andere mast. Deze kabel wordt stag genoemd. Twee kabels lopen vanaf de top van de mast naar zowel de stuurboord- als bakboordzijde. Deze kabels worden perdoens genoemd.
De zijdelingse kracht wordt opgevangen door het want aan iedere zijde van de mast. (De term want wordt zowel gebruikt voor de gehele tuigage als voor de specifieke kabels voor het opvangen van de zijdelingse kracht).
De boegspriet wordt vastgezet met boegsprietstagen.

Stay
Vergroot

Stag

De stag ondersteunt een mast(deel) aan de voorzijde. Een stag loopt van de top van de mast (of steng) naar de boegspriet, het midden van het dek vr de mast of naar de mast die er voor is geplaatst.
De stagen zijn vernoemd naar het mast(deel) wat zij ondersteunen of, bij de stagen van de fokkenmast, naar de kluiver die op die stag wordt gezet.

De benaming is als volgt (niet alle stagen worden toegepast op elk schip)
Fokkenmast van top tot dek:

  1. Vóórbovenbramstag
  2. Jagerstag of vóórbramstag
  3. Buitenkluiverstag
  4. Kluiverstag
  5. Binnenkluiverstag
  6. Vóórstengestag
  7. Fokkenstag

De fokkenstag loopt van de top van de fokkenmast (onderste deel) naar het dek net achter de boegspriet, alle andere vóór- en kluiverstagen zijn vastgemaakt aan de boegspriet.

Voor de groot-, kruis- en bezaan mast wordt de volgende benaming gebruikt van top tot dek:

  1. Bovenbramstag
  2. Bramstag
  3. Stengestag
  4. (groot, kruis of bezaan) stag

De bram- en bovenbramstag van de bezaanmast worden ook wel vernoemd naar de zeilen aan de bezaanmast: grietjestag en bovengrietjestag.
De groot-, kruis- en bezaanstagen zijn op het dek gemonteerd net voor of achter respectievelijk de fokken-, groot- en kruismast. De overige stagen zijn gemonteerd op deze masten (bij een driemastvolschip is de kruismast de achterste mast, bij andere typen driemastschepen komt de kruismast niet voor).
De namen van de stagen worden voorafgegaan door de corresponderende mast(steng)naam en als er twee stagen zijn gemonteerd op hetzelfde mastdeel door onder en boven.

Referenties

Wikepedia: nl.wikipedia.org/wiki/Verstaging#Stag_of_want
Vaartips: vaartips.nl/tips.htm#stag

backstay
Vergroot

Perdoen

Een paar perdoens ondersteunen een mast(deel). Meestal worden twee perdoens uit één kabel gemaakt die in het midden aan de top van de mast (of steng) wordt bevestigd. De twee uiteinden worden symmetrisch aan zowel stuurboord- als bakboordzijde vastgezet met spanschroeven of jufferblokken. Deze zijn achter de ondersteunde mast aangebracht, om de kracht van de van achter komende wind op de zeilen op te vangen. Elke mastdeel heeft tenminste één paar perdoens, maar vaak worden twee of drie stellen toegepast.
De perdoens zijn vernoemd naar de mast(steng) die zij ondersteunen.

Van top tot dek:

  1. Bovenbramperdoens
  2. Bramperdoens
  3. Stengeperdoens
  4. (fokke; groot; kruis; bezaan)perdoens

De namen van de perdoens worden voorafgegaan door de van toepassing zijnde mastnaam.

Referenties

Wikepedia: en.wikipedia.org/wiki/Backstay (Engels)
Vaartips: vaartips.nl/tipp.htm#pardoen

Shrouds
Vergroot
Shrouds backstays
Vergroot

Want

Het want, dat deel dat dient voor het opvangen van de zijdelingse krachten, heeft twee functies:

Het want bestaat uit een aantal kabels die de mast (of steng) ondersteunen in de de richting dwars op het schip. Het want wordt aan beide zijde bevestigd net onder de top van de mast (mars) en aan de onderzijde zowel aan stuur- als bakboordzijde voor de perdoens. Het want dat de mars- en bramsteng ondersteunt wordt bevestigd aan de dwarszalingen onderaan de steng, waarbij de krachten worden overgebracht naar de onderstaande steng of mast met puttings.

De tweede functie biedt zeelui de mogelijkheid in de mast te klimmen. Voor dat doel is het want uitgerust met dunne touwen, weeflijnen genoemd die horizontaal over het want worden gespannen. Om de top van de mast te bereiken, wordt soms een jacobsladder toegepast boven het hoogste want.

De benaming volgt dezelfde regels als bij perdoens:

  1. Bovenbramwant (of jacobsladder)
  2. Bramwant
  3. Marswant
  4. (fokken; groot; kruis ;bezaan)want

De naam van het want wordt voorafgegaan door de van toepassing zijnde mastnaam.

Referenties

Wikepedia: nl.wikipedia.org/wiki/Verstaging#Stag_of_want
vaartips.nl/tipw.htm#want

Bowspritstays
Vergroot

Boegsprietstagen

De boegspriet wordt ook vastgezet met stagen, maar via de boegspriet en de fokkenstagen worden ook de fokkenmast en de daarachter staande masten ondersteund. Daarom zijn de stagen van de boegspriet (en kluiverboom) de sterkste stagen van een zeilschip. Deze stagen zijn vaak gemaakt van een stalen staaf of een ketting.

De belangrijkste stag is de waterstag. Bevestigt aan de voorzijde van de boegspriet (als een kluiverboom wordt toegepast) of op ongeveer twee-derde vanaf de top van de boegspriet, wordt de boegspriet verbonden met de boeg net boven de waterlijn. De tweede stag (of stagen) is de stampstokstag. Deze stag loopt van de top (in het geval dat meer stagen worden toegepast vanaf verschillende punten) van de boegspriet of kluiverboom via de stampstok weer naar de boeg van het schip.

De kracht in de dwarsrichting op de boegspriet wordt aan beide zijden opgevangen door geien, die aan zijden van het schip worden bevestigd.

Referenties

Wikepedia: nl.wikipedia.org/wiki/Boegspriet